Bekijk alle vluchten »

Een vredesduif voor Bisschop Paride Taban

Met zijn warme persoonlijkheid en harde werken, zet Bisschop Paride Taban zich al jarenlang in voor dialoog, verzoening en een goed samenleving tussen verschillende etnische groepen in een gebied dat lange tijd geteisterd is geweest door oorlog en rivaliteit.

Bisschop Paride Taban, ook wel eens aangeduid als de Soedanese Nelson Mandela, is met een vredesdorp begonnen. Geïnspireerd door Israëlische kibboetsen, wilde hij een dorp maken waar mensen de vrede voorleven. Het liefst met allerlei bevolkingsgroepen bij elkaar, zodat er meer eenheid ‘gekweekt’ wordt. Dat is nodig ook, want er zijn nog steeds dodelijke schietpartijen tussen de diverse etnische groepen in het zuiden. De regering van Zuid-Soedan beschuldigt het noorden ervan hierin de hand te hebben.

Als priester heeft Taban zich ingezet voor het welzijn van de mensen in zijn bisdom. Het bisdom ligt in een gebied waar diverse nomaden regelmatig met elkaar op de vuist gaan om weidegrond. De nomaden hebben enorme kuddes vee en er leven allerlei vooroordelen ten opzichte van elkaar. De nomaden zijn sterk langs etnische lijnen verdeeld. “Twee jaar nadat ik bisschop geworden was, brak de burgeroorlog opnieuw uit. Ik heb in die oorlogsjaren veel grote openbare werken, zoals de aanleg van wegen en bruggen voor elkaar gekregen. Hierdoor kon de noodhulp ons goed bereiken. Er was een redelijke mate van eenheid in die tijd. Het maakte echter ook dat ik nu niet vanwege etniciteit, maar vanwege mijn ‘succes’ een bedreiging werd voor de legerleiding van Zuid-Soedan. Ineens werd ik ervan beschuldigd dat ik de leider van Zuid-Soedan, John Garang, van de troon wilde stoten. Ik werd door mijn eigen mensen in de gevangenis gegooid. Dat was overigens de tweede keer in mijn leven dat ik mij niet vrij kon bewegen. In 1966 was mij drie maanden huisarrest opgelegd door de legerleiding van Noord-Soedan.”

Het heeft Taban niet bitter gemaakt, maar juist versterkt. “Wraak is een belangrijk onderdeel van de traditionele stijl van leven, maar dat willen we nu juist bestrijden. Ik heb als baby’tje zelf ook vast af en toe mijn moeder in de borst gebeten als ik melk wilde drinken. Zij sloeg me dan ook niet. Zo moeten wij ook onze ‘vijanden’ behandelen.” De bisschop ging na de oorlog met pensioen en zette zich toen met nieuwe kracht in voor een multi-etnisch vredesdorp. Hij heeft een goede relatie met de regering van Zuid-Soedan, die hem een gunstig belastingtarief geeft. De ontwikkelingen van het vredesdorp beginnen langzaam hun vruchten af te werpen. “Sommige nomaden zijn de conflicten met nomaden van andere stammen zat en willen een andere leven leiden. Wij geven hen landbouwadviezen, zodat ze kunnen omschakelen van veehoeder naar landbouwer.”